Verslag studenten HvA
Verslag van Els Engel & Tilan Tio over het seminar ‘Alle literatuur draait om herinnering.’
Na een korte inleiding van Maarten Asscher geven de vier schrijvers één voor één hun visie op herinneringen in de literatuur. Omdat het over taal gaat komen de schrijvers op alfabetische volgorde aan de beurt.
Karin Amatmoekrim vindt dat herinneringen gekleurd zijn door verlangens. Een dertiger verlangt naar het verleden en maakt zijn herinneringen mooier, een schrijver wil graag een mooi verhaal schrijven en kleurt daarom zijn herinneringen.
Een schrijver is daardoor automatisch een leugenaar, hij gebruikt zijn eigen herinneringen, maar ook die van anderen en het collectieve geheugen. Dat heeft ze zelf ook gedaan, toen ze haar moeder interviewde en de gaten opvulde met haar eigen verbeelding en toen ze een vriend gebruikte als personage in het boek ‘Titus’.
Eric de Kuyper wilde eigenlijk geen lijstje maken met zijn eigen herinneringen, want hij was bang dat hij dan niet meer zou kunnen ophouden en aan een heel nieuw boek zou beginnen. Daarom had hij het voornamelijk over herinneringen in andermans literatuur, in het bijzonder over kinderjaren. Veel auteurs herhalen zichzelf en vertellen steeds het zelfde verhaal in een andere vorm. Er zijn ook verschillende schrijvers die over hetzelfde verhalen.
De Kuyper is zelf ook zeer geïnteresseerd in zijn kinderjaren. ‘Herinneringen ophalen uit het verleden is niet droevig, niet nostalgisch, het is de kunst van het heropwekken, van de creatie.’
Heel veel mensen zijn geobsedeerd door hun eigen kinderjaren, dat hoeven niet eens erkende schrijvers te zijn. Iedereen is eigenlijk schrijver en de herinneringen zijn vaak heel mooi en herkenbaar.
Piet Meeuse gebruikt bijna geen autobiografische herinneringen in zijn werk. Hij maakt wel gebruik van zijn eigen praktische herinneringen. Je kunt niet schrijven over het inchecken bij een luchthaven als je niet weet hoe dat gaat.
‘Herinneringen aan verhalen van anderen inspireren me,’ zegt hij, hij gebruikt wel eens personages uit de literatuur die hij verder uitwerkt. Hij is niet de enige, het gebeurt heel vaak bij schrijvers en dan krijg je een soort Droste effect: de herinnering aan de herinnering van de herinnering aan de herinnering enzovoort.
Het persoonlijk geheugen werkt op ongeveer dezelfde manier: het is een slordig weefsel van flarden, vol gaten en waar het geheugen tekort schiet snelt de verbeelding gauw te hulp.
K. Schippers denkt nooit zoveel na over herinneringen. Hij las voor uit eigen werk waarin hij gebruikt maakt van herinneringen. In ‘De Vliegende Camera’ heeft hij een verhaal geschreven over zijn kleindochter, die van de trap viel toen ze twee was en nog niet kon praten. Zeven maanden later zag hij haar diezelfde trap af lopen en op de laatste paar treden zei ze ‘Vallen,’ ‘Auw,’ ‘Pijn’. Daardoor besefte hij dat kinderen hun herinneringen woordeloos onthouden.
Na de vier vertellingen werden er nog vragen gesteld, zo vroeg Maarten Asscher aan Karin Amatmoekrim of het ‘creëren van herinneringen’, zoals ze dat zelf noemt, geen falsificatie is. Daarop antwoordde ze dat het geen probleem is. Je schept een personage en een gebeurtenis en een wereld, het lijkt alsof je je dat herinnert en het moet toch ergens vandaan komen.
Ook K. Schippers maakt gebruik van herinneringen, maar hij verdraait ze, zoals in ‘De Hoedenwinkel’, waarin hij een hoedenwinkel die echt heeft bestaan gebruikt in een fictief verhaal. Maarten Asscher vroeg of Schippers zuivere fictie zou kunnen schrijven. Schippers reageerde met een beslist ‘nee’. Zijn boeken zijn niet autobiografisch, maar wel ‘gestoffeerd’ met dingen die hij heeft meegemaakt. Hij vermengt herinneringen en stelt ze in dienst van een gedachte.
Piet Meeuse merkte in het gesprek op dat een herinnering zich wel aandient als hij echt belangrijk is. Als je er geen last van hebt, laat het dan alsjeblieft slapen. Hij vroeg zich af of een ongelukkige jeugd écht wel de basis is voor een goed schrijver. Een gelukkige jeugd kan ook een goudmijn zijn.
K. Schippers constateerde dat het heel grappig kan zijn als iemand zich een eigenschap van een object niet kan herinneren. Je kunt een piano niet naar de kruk schuiven en je kunt licht niet opvegen.
Maarten Asscher vroeg of iedereen zich over tien jaar nog zou kunnen herinneren dat ze hier waren, waarop Eric de Kuyper antwoordde: ‘Je moet ook kunnen vergeten’.
————————————————————————————————————————-
Verslag van Sarah de Weijer en Gaby de Boer over het debat ‘Een harde schijf vergeet niets’
Als we denken aan de ontwikkeling van het brein, zullen we denken in metaforen.
Zo stelt Douwe Draaisma, symbolisch denken we over onszelf als de meest ontwikkelde technologie, zoals een computer. “Klap op de computer werkt soms, werkt dat ook op mijn brein?”
Marko is het daar mee eens. Hij is van mening dat we voorzichtiger moeten zijn. Een computer kan niet vergeleken worden met het brein. Het op commando opvragen van informatie of herinneringen is niet van toepassing. “Vergeten is de regel, onthouden is de uitzondering. Wat we ons herinneren is niet conform de werkelijkheid. We onthouden anders dan hoe het werkelijk was.”
Wat is werkelijk geheugen en wat is eigenlijk een herinnering? Wijnand zegt dat de techniek nog geen context en associaties kan leveren en dat deze geleverd worden door triggers zoals videobeeld. Deze beelden moeten ondersteund worden door de belevingskant van het menselijk geheugen.
Onderwijs
Wijnand geeft aan dat studenten nu genoodzaakt zijn met het nieuwe technologische geheugen om te kunnen gaan. De manier waarop beelden overkomen kunnen ambigu zijn en aan interpretatie onderhevig zijn. De studenten moeten een bewustwording krijgen. Ze moeten leren de media te manipuleren en bewust worden van hoe makkelijk het is om toegang tot informatie te krijgen. Dat verandert onze manier van kijken.
Marko stemt daarmee in. Hij geeft echter wel aan dat we niet teveel moeten leunen op de techniek. “Deze kan ons in de steek laten.”
Studenten volgen colleges online, via videobeelden. Fysieke aanwezigheid is niet meer noodzakelijk. Het onderwijs moet zicht richten op een breder palet van kennis en niet op de zaken die googlebaar zijn.
Gevaar zien Marko en Wijnand hier niet in. Marko zegt dat we vroeger immers werden gemanipuleerd door onze leraren, in dat opzicht is het weinig veranderd.
Toekomst
Ruben Maes stelt de vraag of wij nog meemaken dat we grote sprongen gaan maken met betrekking tot het extern menselijk brein?
Tijdens het debat komen verschillende voorbeelden naar voren. Een apparaatje welke in het lichaam geimplementeerd zou kunnen worden of kunstmatige neuronen welke gekoppeld dient te worden aan de menselijke sensorisch mechanisme als reuk en tast.
Wijnand geeft aan dat het lastig wordt om op een vloeiende manier te trainen met het gebruik van nieuwe geheugens. Hij is van mening dat we hier nog ver vandaan zitten.
Marko bekijkt het meer vanuit de psychologische invalshoek waarbij herinneringen meerdere dimensies actief gebruikt worden. Dit wordt reeds effectief toegepast bij verhoren en verdrongen trauma’s. Marko merkt op dat we het menselijk geheugen nog niet kunnen wissen, bepaalde mensen zouden er wel bij gebaat zijn.
Een interessante toevoeging van Marko en een nieuwe wetenschappelijke visie is de uitspraak dat het brein het vermogen heeft om extra neuronen aan te maken, juist bij het geheugen.
Conclusie
De belangrijkste ontwikkeling is dat het wantrouwen bij de gebruikers van het extern menselijk brein moet groeien als basis voor de menselijke én technologische ontwikkelingen.
Het blijft een relatief jonge wetenschap waarbij we moeten leren dat ons leven constant door de media beïnvloed wordt, aldus Marko.
————————————————————————————————————————
Verslag van Eva Brandsteder, Joey Noordhoorn en Saro van Cleynenbreugel over het Seminar ‘Het Mechanische Brein.’ Welke gezien kan worden als een voortborduursel op de eerdere seminar ‘Alle Literatuur Draait Om Herinnering’. (zie hiervoor de bijbehorende blogpost)
In dit seminar werd echter de uitvinding van de ‘Memex’ besproken, het effect van lichamelijke beweging als stimulans voor het geheugen en de samenhang tussen het motorisch en het cognitieve gedeelte van de hersenen.
De internetsocioloog Albert Benschop, grapt dat hij zelf de invulling van zijn beroep mag bepalen aangezien hij een van de eerste internetsociologen is, bespreekt in zijn presentatie de uitvinding van de Memex (memory extension). De Memex was een idee van Vannevar Bush met als doel het menselijk geheugen te ‘vervangen’. In 1945 ontstonden de eerste opvattingen dat de creativiteit van mensen vooral gelegen is in het vermogen associatieve verbanden te leggen. De Memex zou deze eigenschap ook hebben. Maar intelligentie kan (helaas) niet volledig kunstmatig gedupliceerd worden.
De ideeën van Bush waren wel een grote inspiratiebron voor de ontwikkelingen van het internet zoals we het nu kennen.
Volgens Gezinus Wolters is het verhaal van de Memex echter helemaal niet toe te passen op de werking van het geheugen. Computers zijn nog steeds niet intelligent te noemen.
Natuur heeft ons uitgerust een systeem om te overleven. Bezitters van een biologisch brein kunnen leren! Leren is cruciaal om je aan te passen aan nieuwe situaties, iets wat een computer (nog) niet kan. Ons brein is plastisch en wordt gevormd door indrukken uit de buitenwereld. Leren is het vormen van associaties.
Het geheugen moet stabiel en betrouwbaar zijn. Woorden hebben iedere dag dezelfde betekenis, en die willen we onthouden. Dit geheugen heet het semantisch geheugen. Toch willen we niet alles onthouden: we willen alleen nog weten waar we onze fiets vandaag hebben neergezet, weten waar hij vorig jaar stond hebben we niets meer aan en zou verwarring scheppen. Dit geheugen is fragiel en veranderlijk en heet het episodisch geheugen. Dit geheugen is beperkt en daarmee ook het geheugen waar we hulpmiddelen voor gebruiken. Om je geheugen te stimuleren is het zinvol om je brein aan het werk te houden, mentaal actief te zijn en uitdagingen te blijven zoeken.
Volgens Erik Scherder (hoogleraar klinische neuropsychologie) is ook lichamelijke beweging zeer goed voor je geheugen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die veel aan beweging doen het academisch gezien op school heel goed doen. En kinderen die dik zijn en aan obesitas lijden bouwen hun cognitieve geheugen niet goed op. Zij hebben grote kans na veertig jaar de ziekte van Alzheimer te krijgen.
Ook geeft Scherder aan dat er geen puur motorisch gebied en geen puur cognitief gebied bestaat in de hersenen.
Op het gebied van dementenzorg speelt dit inzicht ook een grote rol. Wanneer deze mensen niet bewegen, zakt het cognitieve gedeelte van de hersenen nog verder in. Bewegen is dus belangrijk, en zelfs wanneer dit niet meer gaat, is het effectief om mensen te laten kijken naar filmpjes van anderen die bewegen. Kortom, we moeten er voor zorgen dat we op een vroege leeftijd beginnen aan lichaamsbeweging.
————————————————————————————————————————-
Verslag van Niels Dekker en Alex Vrees over het debat: ‘Vertroebeling van de geschiedschrijving.’
Gespreksleider Ruben Maes begint het debat met een korte introductie voor het publiek. Hij vraagt wie er gelooft in alternatieve versies van bepaalde gebeurtenissen. Zo vraagt hij wie er gelooft dat Volkert van der G. hulp kreeg bij de moord op Pim Fortuyn, wie denkt dat de geheime diensten een vinger in de pap hadden bij de moord op John F. Kennedy en wie er van uit gaat dat de vliegtuigcrashes in de torens van het World Trade Center en het Pentagon minutieus geregisseerd zijn door de Amerikaanse overheid. Vervolgens zien we een filmpje van Shocking Truth.org, met daarin vraagtekens bij de berichtgeving over 9/11.
De sprekers dr. Stef Scagliola en dr. Wim Hupperetz betreden het podium, vergezeld van een korte introductie. Maes breekt het ijs met de vraag aan beide sprekers of geschiedenis eigenlijk nog wel bestaat. Hupperetz gelooft niet dat Twitter en weblogs in het algemeen de geschiedenis vertroebelen, maar dat internet juist helpt om een compleet beeld van de geschiedenis te vormen. Scagliola zegt dat het beeld dat wij hebben op onze landelijke geschiedenis vooral wordt bepaald door de overheid, want die bepaalt welke gebeurtenissen in schoolboeken worden vastgelegd. Toch ziet ook zij nu veranderingen. Werd geschiedenis vroeger bepaald door vooral blanke mannen met veel macht, terwijl er nu sprake is van een grotere input door een grotere groep mensen.
Volgens Hupperetz is geheugenverlies inherent aan de maatschappij en streven mensen naar het verkrijgen van een zo compleet mogelijk beeld van geschiedenis. De vraag rijst hoe je als historicus waarde toekent aan bepaalde bronnen die je gebruikt. Kennis uit boeken en kennis op internet worden beiden op een andere manier gewaardeerd. Beide sprekers concluderen dat er een wezenlijk verschil is tussen ‘waardevolle’ en ‘ware’ informatie.
Scagliola: “Wat je vaak ziet is dat degenen die het meeste lawaai maken, in geschiedenis vaak de historische agenda bepalen. Dit is niet altijd ‘ware informatie’, zoals men in de wetenschap graag ziet.” Hupperetz voegt daaraan toe dat het systeem van geschiedenis schrijven zoals we dat nu kennen in de toekomst wellicht gaat veranderen. Dit vormt ook nu al een belangrijke discussie. Geschiedenis is ook vaak persoonlijk. Een krachtige herinnering aan historische gebeurtenissen, die verbonden zijn met een bepaalde tijdgeest. Scagliola geeft aan dat geschiedschrijving onderhevig is aan bepaalde regels, in tegenstelling tot blogs waarop een ieder kan schrijven wat hij wil. Blogs zijn meer gericht op zelfexpressie.
Er is volgens Scagliola een verschil met vroeger. Tientallen jaren geleden (zoals vlak na de jappenkampen in Nederlands Indie) maar een kleine groep zich kon afzetten tegen de geschiedschrijving. In dit tijdperk echter, waarin iedereen internet heeft, gebruiken velen eigen stem en is het makkelijker voor de gemiddelde burger zich met kwesties te bemoeien. Het ideaal van Hupperetz is om mensen zich geschiedenis te laten herinneren, door middel van voorwerpen of uitbeeldingen in musea. De visie vanuit musea is niet om een verhaal te vertellen, maar de ideeën rond een tijdsgeest neer te zetten, te nuanceren en te relativeren.
Geschiedenis heeft meerdere functies. Scagliola ziet bij geschiedschrijving dezelfde beweging als bij religies. Daar zie je dat mensen steeds vaker, zoals in een cafetaria, zelf elementen verzamelen die ze aanspreken en dat er een secularisatie is van geschiedenis, geen standaard ritueel, net als voor religie. Een beweging die ook voorkomt bij geschiedenis. Een doe-het-zelf aanpak.
Uit de zaal komt een opmerking over de kwaliteit van geschiedschrijving. De meneer die het woord heeft is van mening dat men altijd een natuurlijk besef zal blijven houden over wat kwalitatief goede geschiedschrijving is en wat niet. Net als na de opkomst van doe-het-zelfwinkels. Hoewel iedereen tegenwoordig zelf kan klussen, is er wel degelijk een besef over het onderscheid van kwaliteitsklussers, de professionals enerzijds en de amateurs anderzijds.
Hupperetz is het daar niet mee eens: “De rol van experts is al even aan het verschuiven. De macht verschuift van historici in een ivoren toren naar het publiek dat geschiedenis uit eigen bronnen kan putten. Hij voorziet meer een soort samenwerking tussen hobby-geschiedenis en de professionals.
Scagliola laat een website zien, die zich richt op inwoners van Rotterdam die hun steentje hebben bijgedragen aan de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Het initiatief wil kleine geschiedenis een plekje in de publieke ruimte geven. Het is tevens een bijdrage aan de fragmentarisering van de Rotterdamse geschiedenis. Geschiedenis wordt steeds meer als een schap van toetjes in de supermarkt, wat moet je kiezen om het verhaal compleet te krijgen?
De ideale definitie van geschiedenis is als het aan Scagliola ligt: “Wie zijn we, waar komen we vandaan, waarom hebben we gelijk en gaan we de goede kant op?”
Wordt geschiedenis als sociaal integrerende functie steeds minder waardevol? Hupperetz vindt van niet. Geschiedenis wordt meestal gebruikt vanuit een politieke invalshoek. Het helpt tot het vormen van een gedeelde identiteit en een gedeeld historisch besef.
Maes vraagt tot slot wat beide sprekers over een paar jaar, wanneer ze alle tijd van de wereld hebben en een eigen website, zelf zouden willen bijdragen aan de geschiedenis. Scagliola focust zich dan graag op ongemakkelijke waarheden, zoals kinderen in Nederlands-Indië, verwekt door Nederlandse militairen. Maar ook de bij Nederlandse vrouwen verwekte kinderen tijdens of vlak na de bevrijding in 1945. Hupperetz gaat iets doen wat zijn vader hem al jarenlang vraagt, de geschiedschrijving van zijn familie op het internet zetten.
————————————————————————————————————————-
Verslag van Eva Brandsteder, Joey Noordhoorn en Saro van Cleynenbreugel over het Seminar ‘Kleine verhalen, grote geschiedenis’
Volgens moderator Mike de Kreek (programmaleider sociale toepassing van nieuwe media, HvA) grijpen verhalen in elkaar als een spinnenweb. Sommigen staan op zichzelf, anderen overlappen elkaar.
Het Geheugen van Nederland kan gezien worden als een spinnenweb en omvat meerdere verhalen. Hetzelfde geldt voor Het Geheugen van Oost. De verhalen van Selma Leydesdorff en Jo van der Spek zijn witte pixels in een verhalenweb.
Het internet biedt nieuwe mogelijkheden om verhalen te delen. Maar veel verhalen worden niet verteld, laat staan gedeeld. Terwijl dit in sommige gevallen juist zo goed zou zijn.
Met deze opvatting interviewde Selma Leydesdorff vrouwen in Srebrenica. Zij zegt dat zonder de verhalen van de slachtoffers een geschiedenis niet compleet is. Deze verhalen zijn echter moeilijk te krijgen, en moeilijk te delen. Mensen willen niet weten welk leed er is aangericht. Maar als je iets niet wil horen, ontslaat het je niet van de verplichting de waarheid te weten. Maar ook is het heel goed voor de slachtoffers om hun verhaal te doen. Zo kunnen ze een deel van hun trauma verwerken.
Zo ervaart ook Jo van der Spek, historicus, journalist en activist, dat er niet altijd begrip gevonden kan worden voor verhalen over leed. Als je luistert loop je het risico tot meeleven. En dan laat het je niet meer los. Sofyan El Hadad doet zijn verhaal over leven in Nederland als illegaal en het wachten op een vergunning. Menselijk en aangrijpend. Volgens Van der Spek moeten deze verhalen onder de aandacht gebracht worden, want het lijden gaat door.
Verhalen kunnen daarentegen ook ingezet worden om mensen dichter tot elkaar te brengen en herinneringen op te halen om gezamenlijke geschiedenis te delen. Hiervoor is Het Geheugen van Oost opgezet. Dit is een initiatief van het Amsterdams Historisch Museum en draagt volgens Annemarie van Eekeren bij aan de sociale cohesie van Amsterdam Oost. Mooi meegenomen, wel vraagt ze zich af of deze rol bij een museum zou moeten liggen. Bezoek aan het museum zou met deze site laagdrempeliger moeten zijn, toch blijft het grootste deel van de bezoekers toeristen.
Nieuw en vergelijkbaar is het buurtwinkelproject, wat in november 2010 zal leiden tot een tentoonstelling.
Het Geheugen van Nederland, met projectcoördinator Anna Rademakers, is daarentegen een website met afbeeldingen; een overkoepelende beeldbank van de Nederlandse geschiedenis. Zo zijn er veel collecties van verschillende erfgoedinstellingen zoals het Rijksmuseum, Mauritshuis en het Gemeentemuseum in Den Haag.
Ze sluit af met een leuke quiz waarin ze vraagt naar associaties van mensen in de zaal met bepaalde afbeeldingen.
——————————————————————————————————————————————–
Verslag van Sharon Steinfort, Jan van Dommelen, Joelle Dijksteel en Erika Thung over het seminar ‘Huid van herinneringen’
Karin Bijsterveld begon haar verhaal over de geschiedenis van een aantal geluidsdragers. Ze ging terug naar de jaren 50 toen Philips de bandrecorder introduceerde. Philips had als doel om de bandrecorder op dezelfde manier te gebruiken als fotocamera. Samen met de hele familie rond de bandrecorder om herinneringen op te halen. In de praktijk bleek dit echter niet te werken. Het archiveren bleek lastig te zijn. Mensen hadden moeite om stemmen te herkennen en iedereen moest stil zijn. De bandrecorder werd vooral gebruikt om muziek mee af te spelen. Daar werd later de reclame campagne op afgestemd. Er werd verteld over de term Technostalgisch en audionostalgisch.
De bandrecorder en casetterecorder werden gebruikt om iemand met een nieuwe omgeving vertrouwd te maken. De introductie vn de walkman in de jaren 80 veranderde dit beeld. Muziek werd nu gebruikt als soundtrack van iemands leven. Om de weg van werk naar huis interessanter te maken. Anno 2009 gebeurt dat nog steeds met de Ipod. Sommige mensen gebruiken bewust de ’shuffle’ mode om door herinneringen te ‘hoppen’.
Technostalgisch is het willen gebruiken van bijvoorbeeld oude audioapparatuur om hun onvoorspelbare karakter. In tegenstelling tot de perfecte audioapparatuur van nu, kunnen de aude apparaten onverwacht met nieuwe sounds komen. Audionostalgisch gaat over nostalgische gevoelens tegenover een collectieve herinnering zonder dat de persoon daar zelf bij is geweest. Zo kan een jong iemand verlangen naar de knusheid van de jaren 50.
Pollo Hamburger begon zijn verhaal met een korte anekdote. Voor hem zat een meisje met opgerolde vlechtjes die tegen beide zijkanten van haar hoofd zaten geplakt. Pollo vond dit een fascinerend kapsel en hij verlangde dat ze zich om zou draaien. Dat deed ze en negen maanden later waren ze getrouwd.
Een ander verhaal ging over een bejaarde vrouw die altijd, machteloos vanuit haar comfortstoel, naar het bejaardenhuis personeel aan het schelden was. Tijdens een reminiscentiesessie kwam naar boven dat deze vrouw altijd zeer zelfstandig was geweest. Zo had ze in de jaren 30 twee mannen de deur uit gewerkt en lichte ze de boel in de oorlog op om aan geld te komen en zo voor haar kinderen te zorgen. Daardoor had ze er veel moeite mee om de controle uit handen te geven. Reminiscentie zorgde voor begrip voor de houding van deze vrouw en nadat ze verhaal had gedaan kwam ze meer tot leven.
Volgens Pollo is het belang van reminiscentie het vormen van identiteit, de balans van het leven opmaken en het verdedigen van het zelfbeeld tegenover de buitenwereld. Ook voor de sociale cohesie in een stadsdeel kan reminiscentie belangrijk zijn. Mensen uit verschillende culturen kunnen door het luisteren naar elkaars verhalen tot meer begrip voor elkaar komen. Ze komen erachter dat er eigenlijk niet zoveel verschillen zijn en dat veel van hun jeugdverhalen overeen komen. Zo bleek uit verhalen van Marrokaanse en Nederlandse ouderen dat ze vroeger allemaal arm zijn geweest en door hun meesters op de vingers werden getikt.
Eric Joris vertelde over zijn experimenten met technologisch theater. Hij experimenteert met theatergezeldschap CREW onder andere met virtual reality. Door zintuigelijke beleving in de war te schoppen wordt een sterke desorienterende beleving opgezet. Een persoon krijgt een bril op en ziet een omgeving waarin hij zich niet bevind. Iemand loopt door Amsterdam, maar ziet de straten van Barcelona. Iemand zit op zijn knieeen, en ziet wat een hond ziet die door de stad loopt. Iemand loopt door een continu veranderende omgeving, waarin een verwarrend verhaal verteld wordt en waar iemand zichzelf ziet lopen. Hoofden worden omgewisseld, handen verdwijnen, lichamen worden omgedraaid.
Henkjan Honing vertelde over een van de belangrijkste dragers van herinneringen: muziek. Ieder mens heeft het vermogen om feilloos melodie en tempo te herkennen en na te zingen. Wanneer men een poging doet is de toonhoogte en tempo net zo goed als het origineel. Ook kunnen we een vervormde track onderscheiden van een origineel. Tijdens de seminar werden er vier korte tracks afgespeeld. Met de nadruk op kort, want dit was namelijk een vijfde van een seconde dus nog niet eens de tijdsduur van een noot. De vier fragmenten waren pop, klassiek, jazz en rock. Het publiek werd gevraagd om dit te onderscheiden en de meerderheid had dit goed. Zo is muziek een goede drager van herinneringen.
———————————————————————————————————————————————–
Bert-Jaap heeft geen Twitter. Maar hij vindt het fascinerend wat er allemaal gebeurt. Beetje gek en tegelijkertijd heel interessant. Bert-Jaap noemt zichzelf een man die twintig jaar geleden is blijven hangen. Zo heeft hij bijvoorbeeld ook geen mobiele telefoon. Die reactie leverde nogal wat vreemde ogen op in de zaal. Het hebben van geen mobiel is voor Bert-Jaap bijna een statement geworden. Zelfs het geheugenhuis vroeg hem driemaal om zijn mobiele telefoonnummer.
Bert-Jaap wil weten wie er aan de knoppen zou zitten en of je zelf invloed op de omgeving kunt uitoefenen. De meeste bedrijven handelen uiteraard uit eigen belang. Valerie meent dat de techniek zo ontwikkeld moet worden dat mensen het zelf kunnen. Ruben vraagt zich af of er een sociaal verschil zal bestaan en of mensen met een lager inkomen beïnvloedbaarder zijn. Je zou dan krijgen dat sommige mensen er op strategische wijze mee om kunnen gaan en anderen die blootgesteld worden aan de risco’s. Valerie denkt wel dat er een scheiding zal ontstaan.
Over hoe lang gegevens bewaard moeten blijven zijn Valerie en Bert-Jaap het eens. Valerie zegt dat Nederland ook niet goed scoort op het bewaren van gegevens van mensen. Amerika zelfs nog houdt gegevens minder lang vast. Valerie vraagt zich daar op ook af waarom gegevens zo ver verspreid raken en waarom het niet gewoon op USB stick door iedereen afzonderlijk meegenomen kan worden. Bert-Jaap merkt als laatste op dat transparantie in techniek moet worden ingebouwd. Als gegevens aan derden bekend worden, moet de gebruiker precies worden geïnformeerd waarom en gevraagd worden of deze hier akkoord mee gaat.
Verslag van Jasper Bleeker en Kostas van Ruitenbeek over het Debat: ‘Jouw herinneringen publiek bezit.’
Het is kwart voor elf en de sterkste overblijvers van het geheugenfestival pakken het laatste debat mee. ‘Waarom is men in hemelsnaam nog zo laat nog bij het Geheugenfestival?’ grapt de moderator van het gesprek, Ruben Maes. Het publiek antwoord wisselend; de één is geïnteresseerd in het web wereldje en de ander was op zoek naar een discussie. Sommige zijn gewoon geboren diehards, en weer een ander kan alle webtermen niet meer aanhoren en loopt de zaal uit (onder veel gelach).
Met wie gaan we in discussie? Dat zijn Prof. dr. Valerie Frissen (bijzonder hoogleraar ICT en Sociale Verandering en senior strateeg bij TNO Informatie- en Communicatietechnologie) en prof. dr. Bert-Jaap Koops (hoogleraar regulering van technologie bij TILT).
We beginnen met het debat de Twitterpagina van Valerie. Ze was daar ooit mee begonnen omdat collega’s klaagde over waar ze was, wat ze aan het doen was. Dit originele doel is een beetje verdwenen, aangezien haar collega’s zelf niet meededen. Valerie is blijven hangen in de wereld van Twitter. Twitter is een succes geworden door de simpelheid. Je kan bijvoorbeeld via je mobiel Twitteren. Een andere reden voor Valerie om te Twitteren is dat je soms onverwacht op hele leuke dingen komt. Bijvoorbeeld ontmoetingen met bijzondere mensen. Als mensen iets persoonlijk ingrijpends Twitteren, zijn de reacties daarop heel warm.
Volgens Bert-Jaap zijn social networks een hype. Maar zijn statement krijgt geen tegengeluid. Daarna praten we over het delen van gegevens. Bert-Jaap denkt bewust na wat hij deelt. Het beeld dat hij wil uitstralen is meestal professioneel. Online staat dus voornamelijk werk van Bert-Jaap. Valerie denkt een beetje na over wat ze online zegt. Haar gouden regel; wat je over anderen zegt, daar moet je mee oppassen.
We gaan weer over Twitter praten. Valerie geeft een mooi discussiepunt: Als je Twitter serieus neemt, moet je ook een beetje meedoen aan de omgangsregels. Ruben vraagt of daar niet juist het probleem zit, de druk van wat normaal is op Twitter. Dat je automatisch meer gaat delen, omdat dat nou eenmaal zo hoort. Weer krijgen we niet echt een antwoord. Behalve dan, het is wel veilig, want je leert elkaar kennen. Twitter is nu nog een keuze.
Ruben kaart aan dat de jeugd steeds sneller met technologie om gaat. Bert-Jaap geeft hierop aan dat de lange termijn effecten van applicaties als Twitter onduidelijk zijn. Internet is volgens hem het begin van deze ontwikkeling. De schadelijke neveneffecten kunnen zich na een jaar of 30 – 40 openbaren. Hier moet volgens Bert-Jaap goed over nagedacht worden. Ruben gaf vervolgens aan dat er twee mogelijkheden zijn; goed over de gevolgen nadenken maar met de handrem er op, of in één keer de remmen los en er in duiken. Bert-Jaap kaart aan dat Europa hierin iets achter loopt op Amerika; waarvan de laatste er van overtuigd is dat alles wat we veroorzaken later wel op te lossen is. Techniek biedt een genuanceerde middenweg. Je kunt het openstellen onder voorwaarden en er kan altijd meer toegepast worden als onderhoud.
Wanneer Ruben Valerie vraagt wat het ergste scenario is dat haar met Twitter kan overkomen, antwoord Bert-Jaap al voor haar dat ze een stalker kan krijgen en dat er een relatief groot aantal mensen is dat zich beledigd kan voelen door iets dat Valerie op Twitter ‘tweet’. Valerie geeft eerst aan dat mensen zich bij beroemdheden als Max Pam wel eerst afvragen of het de persoon echt is. Maar dat wanneer er hackers achter zitten er ook Identity Theft kan plaatsvinden. Bert-Jaap voegt toe dat je met de transparantie van (o.a. sociale) gegevens iemand ook kan nadoen en in zijn/haar plaats overtredingen kan plegen. Het slachtoffer komt hier vaak pas te laat achter en het vergt veel tijd om je onschuld te bewijzen.
Valerie zegt dat Sociale Media je juist helpen een identiteit te creëren. Als de koppeling van sommige gegevens niet overeen komen met je persoon kunnen mensen de informatie gaan wantrouwen. Bert-Jaap meent dat anderen die dingen over je zeggen een breed probleem is; hij geeft een voorbeeld van een vriendin van een vrouw die zonder haar medeweten een profiel van haar op een datingsite maakte. Toen de vrouw er achter kwam kon ze het profiel niet verwijderen; enkel rare dingen bij het profiel zetten. Ruben oppert dat niet kunnen wissen inderdaad een probleem is en dat dit zeker een van de meest gewenste functies is.
Valerie laat weten dat ze zich niet druk maakt om haar gegevens en informatie op Twitter en of dit er nog over 30 jaar staat, maar wil het wel kunnen wissen. Voor Bert-Jaap is het zelfs de reden dat hij Twitter niet gebruikt. Het trio heeft het vervolgens over enkele incidenten die zich voor doen waarna Bert-Jaap toevoegd dat je niet weet wat je later gaat doen. Als kind kun je een geschiedenis online hebben staan waar je niet meer van afkomt. Valerie heeft het over dat kinderen moeten nadenken wat ze op dit moment doen en informatie op waarde moeten leren schatten. Ze betreurd het ook dat werkgevers zich niet in een sollicitant kunnen plaatsen die 14 jaar geleden misschien een keer raar deed.
Wanneer Ruben vraagt wat Valerie zou doen als ze staatssecretaris was en iedereen haar online zou volgen. Valerie antwoord dat ze het dan maar zou laten. Vervolgens stelt ze dat er een tendens in de samenleving zit om elkaar continu af te rekenen op dingen. Een transparantiecultuur is iets wat we positief moeten zien en je creëert enkel een cultuur van wantrouwen als je dingen afschermt. Bert-Jaap vindt juist dat men behoefte heeft aan veiligheid en beschermd wil worden tegen de anderen. Valerie vindt dat reden te meer om de kwaliteiten van internettransparantie extra aan te trekken. Risico’s moet je onder ogen zien als het fout gaat en dan niet met de wijzende vinger naar de overheid. Bert-Jaap is het op zich wel eens met meer transparantie en dat overal camera’s komen te hangen, maar zorg er dan ook voor dat je zelf kunt meekijken.
Valerie geeft een argument voor dat de zelfregulatie van mensen; Facebook profielen mochten eerst altijd gebruikt worden, ook als de gebruiker hem afsluit. Na veel klachten van gebruikers is dat ook verdwenen. De controle zit in de maatschappij. Voor de gezondheidszorg is dat goed. Oudere mensen kunnen langer thuis blijven omdat hun eigen huis hen in de gaten houdt. Ruben oppert dat je met één foutje in het systeem een probleem hebt.
Geschreven door Redactie op Woensdag 12 Mei 2009












