Pre-research studenten HvA

Beste Lezer,

Hieronder vindt u een aantal essay’s geschreven door studenten van de Hogeschool van Amsterdam. Deze essay’s dienen als verdieping voor het Geheugenhuis. Thema’s die op het festival aan bod komen worden onderzocht door de studenten en gelinkt aan voorbeelden uit de praktijk. Hieronder vind u dus enkel studies, en geen definitieve onderzoeken.

Vertroebeling van de geschiedschrijving

Verslag van het debat: Vertroebeling van de geschiedschrijving door Niels Dekker en Alex Vrees.

Gespreksleider Ruben Maes begint het debat met een korte introductie voor het publiek. Hij vraagt wie er gelooft in alternatieve versies van bepaalde gebeurtenissen. Zo vraagt hij wie er gelooft dat Volkert van der G. hulp kreeg bij de moord op Pim Fortuyn, wie denkt dat de geheime diensten een vinger in de pap hadden bij de moord op John F. Kennedy en wie er van uit gaat dat de vliegtuigcrashes in de torens van het World Trade Center en het Pentagon minutieus geregisseerd zijn door de Amerikaanse overheid. Vervolgens zien we een filmpje van Shocking Truth.org, met daarin vraagtekens bij de berichtgeving over 9/11.

De sprekers dr. Stef Scagliola en dr. Wim Hupperetz betreden het podium, vergezeld van een korte introductie. Maes breekt het ijs met de vraag aan beide sprekers of geschiedenis eigenlijk nog wel bestaat. Hupperetz gelooft niet dat Twitter en weblogs in het algemeen de geschiedenis vertroebelen, maar dat internet juist helpt om een compleet beeld van de geschiedenis te vormen. Scagliola zegt dat het beeld dat wij hebben op onze landelijke geschiedenis vooral wordt bepaald door de overheid, want die bepaalt welke gebeurtenissen in schoolboeken worden vastgelegd. Toch ziet ook zij nu veranderingen. Werd geschiedenis vroeger bepaald door vooral blanke mannen met veel macht, terwijl er nu sprake is van een grotere input door een grotere groep mensen.

Volgens Hupperetz is geheugenverlies inherent aan de maatschappij en streven mensen naar het verkrijgen van een zo compleet mogelijk beeld van geschiedenis. De vraag rijst hoe je als historicus waarde toekent aan bepaalde bronnen die je gebruikt. Kennis uit boeken en kennis op internet worden beiden op een andere manier gewaardeerd. Beide sprekers concluderen dat er een wezenlijk verschil is tussen ‘waardevolle’ en ‘ware’ informatie.

Scagliola: “Wat je vaak ziet is dat degenen die het meeste lawaai maken, in geschiedenis vaak de historische agenda bepalen. Dit is niet altijd ‘ware informatie’, zoals men in de wetenschap graag ziet.” Hupperetz voegt daaraan toe dat het systeem van geschiedenis schrijven zoals we dat nu kennen in de toekomst wellicht gaat veranderen. Dit vormt ook nu al een belangrijke discussie. Geschiedenis is ook vaak persoonlijk. Een krachtige herinnering aan historische gebeurtenissen, die verbonden zijn met een bepaalde tijdgeest. Scagliola geeft aan dat geschiedschrijving onderhevig is aan bepaalde regels, in tegenstelling tot blogs waarop een ieder kan schrijven wat hij wil. Blogs zijn meer gericht op zelfexpressie.

Er is volgens Scagliola een verschil met vroeger. Tientallen jaren geleden (zoals vlak na de jappenkampen in Nederlands Indie) maar een kleine groep zich kon afzetten tegen de geschiedschrijving. In dit tijdperk echter, waarin iedereen internet heeft, gebruiken velen eigen stem en is het makkelijker voor de gemiddelde burger zich met kwesties te bemoeien. Het ideaal van Hupperetz is om mensen zich geschiedenis te laten herinneren, door middel van voorwerpen of uitbeeldingen in musea. De visie vanuit musea is niet om een verhaal te vertellen, maar de ideeën rond een tijdsgeest neer te zetten, te nuanceren en te relativeren.

Geschiedenis heeft meerdere functies. Scagliola ziet bij geschiedschrijving dezelfde beweging als bij religies. Daar zie je dat mensen steeds vaker, zoals in een cafetaria, zelf elementen verzamelen die ze aanspreken en  dat er een secularisatie is van geschiedenis, geen standaard ritueel, net als voor religie. Een beweging die ook voorkomt bij geschiedenis. Een doe-het-zelf aanpak.

Uit de zaal komt een opmerking over de kwaliteit van geschiedschrijving. De meneer die het woord heeft is van mening dat men altijd een natuurlijk besef zal blijven houden over wat kwalitatief goede geschiedschrijving is en wat niet. Net als na de opkomst van doe-het-zelfwinkels. Hoewel iedereen tegenwoordig zelf kan klussen, is er wel degelijk een besef over het onderscheid van kwaliteitsklussers, de professionals enerzijds en de amateurs anderzijds.

Hupperetz is het daar niet mee eens: “De rol van experts is al even aan het verschuiven. De macht verschuift van historici in een ivoren toren naar het publiek dat geschiedenis uit eigen bronnen kan putten. Hij voorziet meer een soort samenwerking tussen hobby-geschiedenis en de professionals.

Scagliola laat een website zien, die zich richt op inwoners van Rotterdam die hun steentje hebben bijgedragen aan de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Het initiatief wil kleine geschiedenis een plekje in de publieke ruimte geven. Het is tevens een bijdrage aan de fragmentarisering van de Rotterdamse geschiedenis. Geschiedenis wordt steeds meer als een schap van toetjes in de supermarkt, wat moet je kiezen om het verhaal compleet te krijgen?

De ideale definitie van geschiedenis is als het aan Scagliola ligt: “Wie zijn we, waar komen we vandaan, waarom hebben we gelijk en gaan we de goede kant op?”

Wordt geschiedenis als sociaal integrerende functie steeds minder waardevol? Hupperetz vindt van niet. Geschiedenis wordt meestal gebruikt vanuit een politieke invalshoek. Het helpt tot het vormen van een gedeelde identiteit en een gedeeld historisch besef.

Maes vraagt tot slot wat beide sprekers over een paar jaar, wanneer ze alle tijd van de wereld hebben en een eigen website, zelf zouden willen bijdragen aan de geschiedenis. Scagliola focust zich dan graag op ongemakkelijke waarheden, zoals kinderen in Nederlands-Indië, verwekt door Nederlandse militairen. Maar ook de bij Nederlandse vrouwen verwekte kinderen tijdens of vlak na de bevrijding in 1945. Hupperetz gaat iets doen wat zijn vader hem al jarenlang vraagt, de geschiedschrijving van zijn familie op het internet zetten.

Het Mechanische Brein

Het Mechanische Brein

Seminar ‘Het Mechanische Brein’ kan gezien worden als een voortborduursel op de eerdere seminar ‘Alle Literatuur Draait Om Herinnering’. (zie hiervoor de bijbehorende blogpost)

In dit seminar werd echter de uitvinding van de ‘Memex’ besproken, het effect van lichamelijke beweging als stimulans voor het geheugen en de samenhang tussen het motorisch en het cognitieve gedeelte van de hersenen.

img_8093De internetsocioloog Albert Benschop, grapt dat hij zelf de invulling van zijn beroep mag bepalen aangezien hij een van de eerste internetsociologen is, bespreekt in zijn presentatie de uitvinding van de Memex (memory extension). De Memex was een idee van Vannevar Bush met als doel het menselijk geheugen te ‘vervangen’. In 1945 ontstonden de eerste opvattingen dat de creativiteit van mensen vooral gelegen is in het vermogen associatieve verbanden te leggen. De Memex zou deze eigenschap ook hebben. Maar intelligentie kan (helaas) niet volledig kunstmatig gedupliceerd worden.

De ideeën van Bush waren wel een grote inspiratiebron voor de ontwikkelingen van het internet zoals we het nu kennen.


img_8104Volgens Gezinus Wolters is het verhaal van de Memex echter helemaal niet toe te passen op de werking van het geheugen. Computers zijn nog steeds niet intelligent te noemen.

Natuur heeft ons uitgerust een systeem om te overleven. Bezitters van een biologisch brein kunnen leren! Leren is cruciaal om je aan te passen aan nieuwe situaties, iets wat een computer (nog) niet kan. Ons brein is plastisch en wordt gevormd door indrukken uit de buitenwereld. Leren is het vormen van associaties.

Het geheugen moet stabiel en betrouwbaar zijn. Woorden hebben iedere dag dezelfde betekenis, en die willen we onthouden. Dit geheugen heet het semantisch geheugen. Toch willen we niet alles onthouden: we willen alleen nog weten waar we onze fiets vandaag hebben neergezet, weten waar hij vorig jaar stond hebben we niets meer aan en zou verwarring scheppen. Dit geheugen is fragiel en veranderlijk en heet het episodisch geheugen. Dit geheugen is beperkt en daarmee ook het geheugen waar we hulpmiddelen voor gebruiken. Om je geheugen te stimuleren is het zinvol om je brein aan het werk te houden, mentaal actief te zijn en uitdagingen te blijven zoeken.

img_81091Volgens Erik Scherder (hoogleraar klinische neuropsychologie) is ook lichamelijke beweging zeer goed voor je geheugen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die veel aan beweging doen het academisch gezien op school heel goed doen. En kinderen die dik zijn en aan obesitas lijden bouwen hun cognitieve geheugen niet goed op. Zij hebben grote kans na veertig jaar de ziekte van Alzheimer te krijgen.

Ook geeft Scherder aan dat er geen puur motorisch gebied en geen puur cognitief gebied bestaat in de hersenen.

Op het gebied van dementenzorg speelt dit inzicht ook een grote rol. Wanneer deze mensen niet bewegen, zakt het cognitieve gedeelte van de hersenen nog verder in. Bewegen is dus belangrijk, en zelfs wanneer dit  niet meer gaat, is het effectief om mensen te laten kijken naar filmpjes van anderen die bewegen. Kortom, we moeten er voor zorgen dat we op een vroege leeftijd beginnen aan lichaamsbeweging.

Een harde schijf vergeet niets

img_07541Een harde schijf vergeet niets
Als we denken aan de ontwikkeling van het brein, zullen we denken in metaforen.
Zo stelt Douwe Draaisma, symbolisch denken we over onszelf als de meest ontwikkelde technologie, zoals een computer. “Klap op de computer werkt soms, werkt dat ook op mijn brein?”

Marko is het daar mee eens. Hij is van mening dat we voorzichtiger moeten zijn. Een computer kan niet vergeleken worden met het brein. Het op commando opvragen van informatie of herinneringen is niet van toepassing. “Vergeten is de regel, onthouden is de uitzondering. Wat we ons herinneren is niet conform de werkelijkheid. We onthouden anders dan hoe het werkelijk was.”

Wat is werkelijk geheugen en wat is eigenlijk een herinnering? Wijnand zegt dat de techniek nog geen context en associaties kan leveren en dat deze geleverd worden door triggers zoals videobeeld. Deze beelden moeten ondersteund worden door de belevingskant van het menselijk geheugen.

Onderwijs
Wijnand geeft aan dat studenten nu genoodzaakt zijn met het nieuwe technologische geheugen om te kunnen gaan. De manier waarop beelden overkomen kunnen ambigu zijn en aan interpretatie onderhevig zijn. De studenten moeten een bewustwording krijgen. Ze moeten leren de media te manipuleren en bewust worden van hoe makkelijk het is om toegang tot informatie te krijgen. Dat verandert onze manier van kijken.

Marko stemt daarmee in. Hij geeft echter wel aan dat we niet teveel moeten leunen op de techniek. “Deze kan ons in de steek laten.”

Studenten volgen colleges online, via videobeelden. Fysieke aanwezigheid is niet meer noodzakelijk. Het onderwijs moet zicht richten op een breder palet van kennis en niet op de zaken die googlebaar zijn.

Gevaar zien Marko en Wijnand hier niet in. Marko zegt dat we vroeger immers werden gemanipuleerd door onze leraren, in dat opzicht is het weinig veranderd.

Toekomst
Ruben Maes stelt de vraag of wij nog meemaken dat we grote sprongen gaan maken met betrekking tot het extern menselijk brein?

Tijdens het debat komen verschillende voorbeelden naar voren. Een apparaatje welke in het lichaam geimplementeerd zou kunnen worden of kunstmatige neuronen welke gekoppeld dient te worden aan de menselijke sensorisch mechanisme als reuk en tast.

Wijnand geeft aan dat het lastig wordt om op een vloeiende manier te trainen met het gebruik van nieuwe geheugens. Hij is van mening dat we hier nog ver vandaan zitten.

Marko bekijkt het meer vanuit de psychologische invalshoek waarbij herinneringen meerdere dimensies actief gebruikt worden. Dit wordt reeds effectief toegepast bij verhoren en verdrongen trauma’s. Marko merkt op dat we het menselijk geheugen nog niet kunnen wissen, bepaalde mensen zouden er wel bij gebaat zijn.

Een interessante toevoeging van Marko en een nieuwe wetenschappelijke visie is de uitspraak dat het brein het vermogen heeft om extra neuronen aan te maken, juist bij het geheugen.

Conclusie

De belangrijkste ontwikkeling is dat het wantrouwen bij de gebruikers van het extern menselijk brein moet groeien als basis voor de menselijke én technologische ontwikkelingen.

Het blijft een relatief jonge wetenschap waarbij we moeten leren dat ons leven constant door de media beïnvloed wordt, aldus Marko.

img_07561

Inleiding op Festival Het Geheugenhuis

‘Een hond die met een vreemde meeloopt. Daarvan schoot mijn gemoed vol. Een kalender die bij de verkeerde maand is opgeslagen. Daar kon ik om huilen. Dat deed ik ook. Het punt waar de rookkolom uit een schoorsteen begint te verwaaien. Hoe een omgevallen fles aan de rand van een tafel blijft liggen.Ik heb mijn leven lang geprobeerd minder te voelen.Elke dag voelde ik iets minder.Hoort dat bij het ouder worden? Of is het iets ergers?’– fragment uit extreem luid en ongelooflijk dichtbij, Jonathan Safran Foer.Hoe werkt het geheugen? Wat is het belang van herinneringen voor je persoonlijkheid? Hoe hebben persoonlijke vertellingen invloed op de geschiedenis? Wat voor gevolg hebben maatschappelijke, culturele en technologische ontwikkelingen voor ons individuele verhaal?Tijdens het festival Het Geheugenhuis zoeken sociologen, antropologen, media experts, auteurs en kunstenaars naar antwoorden op deze vragen.

Het geheugen

De hersenen zijn de menselijke harde schijf. Hier bewaren we alle informatie die we in de jaren hebben verzameld. Dit proces gebeurt in drie stappen. Het opslaan in het kort sensorisch geheugen, daarna in het korte termijn geheugen, waarna het uiteindelijk in het lange termijn geheugen terecht komt en waar het de rest van je leven bij je hoort te blijven. In de inleiding van het seminar “Het mechanisch brein” staan deze stappen verder uitgewerkt. De zintuigen hebben een groot aandeel in het correct ophalen van herinneringen. Dit komt omdat onze hersenen zijn verdeeld in twee hersenhelften met verschillende functies. De linkerhersenhelft specialiseert zich in taal, rekenen en analytisch denken. De rechterhersenhelft is gespecialiseerd in het ruimtelijk waarnemen, het holistisch denken en het verwerken van emoties en muziek.Helaas verwateren, veranderen of zelfs verdwijnen herinneringen in de loop van de tijd. Om dit tegen te gaan schrijven mensen al heel lang dagboeken. Tegenwoordig gebeurt dit vaak online. Dit is doordat de digitale wereld tegenwoordig de normaalste zaak in het westelijke leven is. Jongeren kunnen beter typen dan met de hand schrijven, en met een klik op de knop staat het online.Helaas heeft een digitale schijf maar een beperkte opslagruimte, terwijl de hersenen onbeperkt ruimte hebben om herinneringen op te slaan. Het brein slaat niet alleen de gebeurtenissen op maar ook de emoties en zintuiglijke waarnemingen. Als je een verhaal op het internet leest ervaar je nooit het zelfde als de schrijver. Heb je wel eens geprobeerd om een grappige gebeurtenis te vertellen aan iemand die er niet bij was? De kans is groot dat die persoon niet begrijpt of het niet grappig vind, dit is het gevolg van dat die cruciale informatie mist zoals een bepaalde geur of muziek.
Herinneringen terughalen

Je iets herinneren kan op verschillende manieren. Het kan zijn dat je via je zintuigen iets waarneemt en dat dat een herinnering oproept. Reminiscentie is het ophalen van herinneringen van het verleden en dat koppelen aan het heden. Bij ouderen die last hebben van dementie of Alzheimer worden speciale oefeningen gedaan om herinneringen weer boven te halen. Dit gebeurt vooral door hun zintuigen te stimuleren door aanraking, foto’s, muziek of geuren. Als we onze herinneringen verliezen door bijvoorbeeld Alzheimer kan dit heel frustrerend zijn. In het boek “hersenschimmen” van J. Bernlef is te lezen hoe de hoofdpersonage zijn beginnende Alzheimer ervaart. Hoe ga je er mee om als je niet meer weet welk jaar, dag of zelfs welk uur het is?Niet alleen ouderen gebruiken reminiscentie. We willen allemaal herinnerd worden, zonder herinneringen bestaan we niet of horen we er niet bij. Onze herinneringen maken wie we zijn, hoe we op dingen reageren en hoe we er mee omgaan. Denk maar aan bepaalde gerechten die je vroeger als kind hebt gehad, of het liedje waar je voor het eerst met je partner op hebt gedanst. Gedeelde herinneringen maken je relatie tot een ander sterker. Helaas vergissen we ons wel eens over wat er nou precies gebeurd is. Zo kan je je misschien herinneren dat het donker was toen er een gebeurtenis plaatsvond, terwijl op de foto’s de zon nog duidelijk zichtbaar is. Huidige technieken zoals film en internet zijn hulpmiddelen om dingen juist te herinneren.We hebben een soort drang om herinneringen vast te leggen. We zijn bijna allemaal bezig om onze gedachtes, bezigheden en gebeurtenissen te registreren, als een soort digitaal hamstergedrag. Ook het lezen van andermans herinneringen is erg populair. Websites zoals ‘Het geheugen van Oost’ schieten als paddenstoelen uit de grond. Piet Meeuse, een van de sprekers op het Geheugenhuis festival, zegt in zijn essay ‘inzoomen, uitzoomen’ in de bundel Betoveringen:

“Het is vooral een manier om een moment vast te leggen ‘voor later’, een vorm van persoonlijke geschiedschrijving. Kijken doe je later – als de foto’s in het album zitten. En het genot van dat kijken is de herkenning. Kijken als hulpmiddel voor de herinnering.”

Sociaal herinneren

Het is menselijk om herinneringen op te halen en vast te leggen, maar ook om ze uit te wisselen met anderen. Vroeger ging dat mondeling, via de telefoon en met brieven. Tegenwoordig maakt iedereen steeds meer gebruik van internet en worden foto’s, video’s en teksten massaal uitgewisseld via Hyves, Twitter, Flickr, YouTube, e-mail of sms. Je laat merken: hier was ik, dit was ik, dit heb ik gedaan. Je kunt je aanmelden voor sites die je gedrag op een bepaald vlak monitoren, zoals Last.fm, die je muzieksmaak probeert te vangen. Bij Google kun je je volledige boekencollectie online zetten. Het voetspoor dat je op deze manieren achterlaat geeft je een online identiteit.Een extra dimensie aan het delen van herinneringen op internet is dat anderen in veel gevallen reacties op de uitingen kunnen plaatsen en dat iedereen profielen kan aanmaken en vriendjes kan worden. Hierdoor ontstaat er een interactie met soms volslagen onbekenden. Door het onderwerp komen geïnteresseerden bij elkaar, daarom is het is op het web veel gemakkelijker om gelijkgestemden te ontmoeten.Toch zit er een keerzijde aan het online herinneringen delen. Zodra je iets op het net zet, kan iedereen het lezen. Je kunt niets wissen, zelfs verwijderde gegevens blijven opgeslagen. Het gevaar loert dat andere mensen met je zieleroerselen aan de haal gaan en dat je de controle over je eigen digitale gedachten kwijt raakt.Het is daarom belangrijk om slim om te gaan met het publiek dat je bereikt met je online berichtgeving. Net zoals je in het echte leven ook niet alles aan iedereen vertelt, zo kun je ook op het web weloverwogen met je gegevens omgaan.

Herinneringen in het groot

Hoewel er persoonlijk gevaar schuilt in het delen van herinneringen, is het voor veel wetenschappers en journalisten vaak erg interessant om individuele verhalen te lezen. Een grote gebeurtenis kan met behulp van vele kleine verslagen vanuit verschillende oogpunten worden bekeken. Vroeger werd die methode ook gebruikt, maar nu mensen massaal hun vertelsels beschikbaar maken is er veel meer aanwezig en het is met minder moeite verkrijgbaar. Hoe meer verhalen, hoe beter.Ook hier gaan verschillende stemmen op: persoonlijke verhalen kunnen een vertroebeling van de geschiedschrijving betekenen. Het gevoel van een ooggetuige over iets uit het verleden hoeft nog helemaal niet overeen te komen met het algemene beeld dat heerst onder historici. Het gebruik van burgerverslaggeving kan de nauwkeurigheid van de gevestigde media verlagen. Bijvoorbeeld bij de Schipholcrash, toen verschillende media verschillende aantallen doden gaven omdat hier en daar Twitter als bron werd gebruikt.Het gebruik van online persoonlijke verhalen brengt thema’s als interpretatie, waarheid, integriteit en ethiek met zich mee.De systemen om gegevens uit te wisselen worden steeds geavanceerder. Je kunt steeds meer van jezelf kwijt op een toenemend aantal sites met steeds meer verschillende media.De gebruiksvriendelijkheid wordt steeds groter. Zo wordt er gewerkt aan een open ID, zodat je straks maar één keer in hoeft te loggen om al je verschillende uitingen te beheren, Last.fm gebruikt grafieken om je muzieksmaak aan te duiden en veel sites geven zogenaamde ‘wordclouds’ waarmee je via trefwoorden naar artikelen kunt navigeren.We stevenen af op een enorm netwerk van aan elkaar gekoppelde databases waarin ontelbaar veel gegevens en verhalen van oneindig veel mensen met een druk op de knop te vinden zijn. Is er een manier te bedenken waarbij het menselijk brein en het digitaal geheugen elkaar aanvullen? Is het mogelijk om een collectief geheugen te maken en zo ja, willen we dat wel?Het geheugen geeft genoeg stof tot nadenken! Laat u verleiden tot een bezoek aan seminars en debatten over de werking van het geheugen, vertroebeling van de geschiedschrijving en publiek bezit van herinneringen, bekijk films en exposities over het geheugen of doe mee aan één van de workshops. Het wordt zeker een inspirerende dag.

Els Engel

Tilan Tio

————————————————————————————————————————————————

Verslag van Els Engel & Tilan Tio over het seminar ‘Alle literatuur draait om herinnering.’

dscn0187Na een korte inleiding van Maarten Asscher geven de vier schrijvers één voor één hun visie op herinneringen in de literatuur. Omdat het over taal gaat komen de schrijvers op alfabetische volgorde aan de beurt.

Karin Amatmoekrim vindt dat herinneringen gekleurd zijn door verlangens. Een dertiger verlangt naar het verleden en maakt zijn herinneringen mooier, een schrijver wil graag een mooi verhaal schrijven en kleurt daarom zijn herinneringen.
Een schrijver is daardoor automatisch een leugenaar, hij gebruikt zijn eigen herinneringen, maar ook die van anderen en het collectieve geheugen. Dat heeft ze zelf ook gedaan, toen ze haar moeder interviewde en de gaten opvulde met haar eigen verbeelding en toen ze een vriend gebruikte als personage in het boek ‘Titus’.

Eric de Kuyper wilde eigenlijk geen lijstje maken met zijn eigen herinneringen, want hij was bang dat hij dan niet meer zou kunnen ophouden en aan een heel nieuw boek  zou beginnen. Daarom had hij het voornamelijk over herinneringen in andermans literatuur, in het bijzonder over kinderjaren. Veel auteurs herhalen zichzelf en vertellen steeds het zelfde verhaal in een andere vorm. Er zijn ook verschillende schrijvers die over hetzelfde verhalen.
De Kuyper is zelf ook zeer geïnteresseerd in zijn kinderjaren. ‘Herinneringen ophalen uit het verleden is niet droevig, niet nostalgisch, het is de kunst van het heropwekken, van de creatie.’
Heel veel mensen zijn geobsedeerd door hun eigen kinderjaren, dat hoeven niet eens erkende schrijvers te zijn. Iedereen is eigenlijk schrijver en de herinneringen zijn vaak heel mooi en herkenbaar.

Piet Meeuse gebruikt bijna geen autobiografische herinneringen in zijn werk. Hij maakt wel gebruik van zijn eigen praktische herinneringen. Je kunt niet schrijven over het inchecken bij een luchthaven als je niet weet hoe dat gaat.
‘Herinneringen aan verhalen van anderen inspireren me,’ zegt hij, hij gebruikt wel eens personages uit de literatuur die hij verder uitwerkt. Hij is niet de enige, het gebeurt heel vaak bij schrijvers en dan krijg je een soort Droste effect: de herinnering aan de herinnering van de herinnering aan de herinnering enzovoort.
Het persoonlijk geheugen werkt op ongeveer dezelfde manier: het is een slordig weefsel van flarden, vol gaten en waar het geheugen tekort schiet snelt de verbeelding gauw te hulp.

K. Schippers denkt nooit zoveel na over herinneringen. Hij las voor uit eigen werk waarin hij gebruikt maakt van herinneringen. In ‘De Vliegende Camera’ heeft hij een verhaal geschreven over zijn kleindochter, die van de trap viel toen ze twee was en nog niet kon praten. Zeven maanden later zag hij haar diezelfde trap af lopen en op de laatste paar treden zei ze ‘Vallen,’ ‘Auw,’ ‘Pijn’. Daardoor besefte hij dat kinderen hun herinneringen woordeloos onthouden.

Na de vier vertellingen werden er nog vragen gesteld, zo vroeg Maarten Asscher aan Karin Amatmoekrim of het ‘creëren van herinneringen’, zoals ze dat zelf noemt, geen falsificatie is. Daarop antwoordde ze dat het geen probleem is. Je schept een personage en een gebeurtenis en een wereld, het lijkt alsof je je dat herinnert en het moet toch ergens vandaan komen.

Ook K. Schippers maakt gebruik van herinneringen, maar hij verdraait ze, zoals in ‘De Hoedenwinkel’, waarin hij een hoedenwinkel die echt heeft bestaan gebruikt in een fictief verhaal. Maarten Asscher vroeg of Schippers zuivere fictie zou kunnen schrijven.  Schippers reageerde met een beslist ‘nee’. Zijn boeken zijn niet autobiografisch, maar wel ‘gestoffeerd’ met dingen die hij heeft meegemaakt. Hij vermengt herinneringen en stelt ze in dienst van een gedachte.

Piet Meeuse merkte in het gesprek op dat een herinnering zich wel aandient als hij echt belangrijk is. Als je er geen last van hebt, laat het dan alsjeblieft slapen. Hij vroeg zich af of een ongelukkige jeugd écht wel de basis is voor een goed schrijver. Een gelukkige jeugd kan ook een goudmijn zijn.

K. Schippers constateerde dat het heel grappig kan zijn als iemand zich een eigenschap van een object niet kan herinneren. Je kunt een piano niet naar de kruk schuiven en je kunt licht niet opvegen.

Maarten Asscher vroeg of iedereen zich over tien jaar nog zou kunnen herinneren dat ze hier waren, waarop Eric de Kuyper antwoordde: ‘Je moet ook kunnen vergeten’.
dscn0188

Kleine verhalen, grote geschiedenis

inleiding-seminar-3

Bart

Bas

————————————————————————————————————————————-
Kleine verhalen, grote geschiedenis

Volgens moderator Mike de Kreek (programmaleider sociale toepassing van nieuwe media, HvA) grijpen verhalen in elkaar als een spinnenweb. Sommigen staan op zichzelf, anderen overlappen elkaar.

Het Geheugen van Nederland kan gezien worden als een spinnenweb en omvat meerdere verhalen. Hetzelfde geldt voor Het Geheugen van Oost. De verhalen van Selma Leydesdorff en Jo van der Spek zijn witte pixels in een verhalenweb.

Het internet biedt nieuwe mogelijkheden om verhalen te delen. Maar veel verhalen worden niet verteld, laat staan gedeeld. Terwijl dit in sommige gevallen juist zo goed zou zijn.

Met deze opvatting interviewde Selma Leydesdorff vrouwen in Srebrenica. Zij zegt dat zonder de verhalen van de slachtoffers een geschiedenis niet compleet is. Deze verhalen zijn echter moeilijk te krijgen, en moeilijk te delen. Mensen willen niet weten welk leed er is aangericht. Maar als je iets niet wil horen, ontslaat het je niet van de verplichting de waarheid te weten. Maar ook is het heel goed voor de slachtoffers om hun verhaal te doen. Zo kunnen ze een deel van hun trauma verwerken.

Zo ervaart ook Jo van der Spek, historicus, journalist en activist, dat er  niet altijd begrip gevonden kan worden voor verhalen over leed. Als je luistert loop je het risico tot meeleven. En dan laat het je niet meer los. Sofyan El Hadad doet zijn verhaal over leven in Nederland als illegaal en het wachten op een vergunning. Menselijk en aangrijpend. Volgens Van der Spek moeten deze verhalen onder de aandacht gebracht worden, want het lijden gaat door.

Verhalen kunnen daarentegen ook ingezet worden om mensen dichter tot elkaar te brengen en herinneringen op te halen om gezamenlijke geschiedenis te delen. Hiervoor is Het Geheugen van Oost opgezet. Dit is een initiatief van het Amsterdams Historisch Museum en draagt volgens Annemarie van Eekeren bij aan de sociale cohesie van Amsterdam Oost. Mooi meegenomen, wel vraagt ze zich af of deze rol bij een museum zou moeten liggen. Bezoek aan het museum zou met deze site laagdrempeliger moeten zijn, toch blijft het grootste deel van de bezoekers toeristen.

Nieuw en vergelijkbaar is het buurtwinkelproject, wat in november 2010 zal leiden tot een tentoonstelling.

Het Geheugen van Nederland, met projectcoördinator Anna Rademakers, is daarentegen een website met afbeeldingen; een overkoepelende beeldbank van de Nederlandse geschiedenis. Zo zijn er veel collecties van verschillende erfgoedinstellingen zoals het Rijksmuseum, Mauritshuis en het Gemeentemuseum in Den Haag.

Ze sluit af met een leuke quiz waarin ze vraagt naar associaties van mensen in de zaal met bepaalde afbeeldingen.

Publiek Herinneren

publiek herinneren

Jasper Bleeker

Kostas van Ruitenbeek

Huid van herinneringen – Muziek

Huid van herinneringen – Muziek
Hoe vaak hoor je mensen in een film niet zeggen: ‘Hey baby they are playing our song’ waarna het tijd is voor een nostalgische terugblik. Het horen van een muziekfragment brengt  bijvoorbeeld de emotie terug van die ene zomernacht en dankzij een vage foto van lang geleden heb je de gebeurtenis weer haarscherp op je netvlies.

Iedereen kent waarschijnlijk legio voorbeelden van muziek die het verleden oproept. Het is mij laatst namelijk ook overkomen.  “Ik was bij mijn zus op bezoek en zij vertelde mij dat ze kortgeleden de oude videoclip van de meidengroep B*witched tegenkwam op Youtube. Ik moest heel even denken maar al snel flitste bij mij op het netvlies het beeld van vier meiden gekleed in spijkergoed. Toen ik het nummer had opgezocht op Youtube  kwam één van de jaarlijkse gezinsvakanties naar Spanje in mijn herinnering. Samen met mijn ouders, zus en een ander gezin  waarmee we op vakantie waren gegaan  liepen we een dag langs een markt dat toeristenspul verkocht. Het was er zo lekker warm. Mijn zus kreeg die dag een setje van negen pink ringetjes en ik zelf een zwarte sportbroek van  het merk Australian ( die ik overigens nog dezelfde vakantie ben kwijtgeraakt).  We struinde verder over de markt en mijn ouders kochten een ijsje voor ons, op dat moment hoorde ik het nummer van
B* witched. Ik vond het een goed nummer, de sfeer was ook geweldig en vroeg me af waarom het in Nederland ook niet zo kon zijn.”

Maar hoe werkt dat nou, dat geheugen? Hoe komt het toch dat mensen geëmotioneerd raken bij het beluisteren van bepaalde muziekstukken? De vraag is hoe het nu komt dat er een gevoel van melancholie ontstaat of een blij gevoel of dat we juist verdrietig worden.
Dit heeft te maken met het feit dat onze hersenhelften verschillende functies hebben.
De linkerhelft specialiseert zich in taal, rekenen en analytisch denken. De rechterhelft is gespecialiseerd in het ruimtelijk waarnemen, het holistisch denken en het verwerken van emoties en muziek.
Omdat muziek en emotie voor een belangrijk deel verwerkt worden door de rechterhersenhelft is het vaak zo, dat het horen van muziek een bepaalde emotie losmaakt.1

Binnen de media en cultural studies is de laatste jaren een enorme belangstelling ontstaan voor de rol van de media in onze herinneringsculturen. Daarbij gaat het om de manieren waarop wij de herinnering aan ons verleden met behulp van media levend houden, of, preciezer geformuleerd, vastleggen en vormgeven. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar de rol van standbeelden, foto’s, film en andere soorten van visuele verbeelding. Daar is recent onderzoek naar de betekenis van geluidsdragers bij gekomen. 2 Bovendien gaat het niet meer alleen om de bijdrage van gemedieerde producten aan onze politieke geschiedenis, maar ook aan persoonlijke- en familiegeschiedenissen. 3
Het is belangrijk te benadrukken dat het hier niet om psychologisch onderzoek in de experimentele traditie gaat, maar om een onderzoek dat gebruik maakt van kwalitatieve methoden. Die methoden zijn ofwel etnografisch, ofwel literatuurwetenschappelijk van aard. In het eerste geval worden mensen in hun ‘natuurlijke’ omgeving geïnterviewd, analoog aan antropologisch onderzoek. Zo onderzocht Tia DeNora wat mensen met hun muziekcollecties doen. Uit haar interviews bleek dat mensen vaak bepaalde muziek draaien om herinneringen aan specifieke situaties op te roepen. In het tweede type kwalitatief onderzoek wordt de narratieve analyse ingezet voor het ontrafelen van de verhalen van mensen over hun verleden. Een studie van José van Dijck naar de totstandkoming van de Top 2000 liet bij voorbeeld zien dat mensen hun keuze vaak verantwoorden door naar de rol van muziek in hun persoonlijke biografie te verwijzen. Bepaalde platen zijn met belangrijke gebeurtenissen in hun leven verbonden geraakt.4
In het boek van W. Huizing en T. Tromp “Mijn leven in kaart”5 komt de term reminiscentie aan de orde.  Het gaat bij reminiscentie om het proces van herinneren door muziek en of geluid.
Volgens het  Van Dale  betekent reminiscentie  het volgende : Gedachte aan een verschijnsel uit het verleden, dat overeenkomst vertoont met een huidige waarneming. Muziek kan dus een verschijnsel zijn uit het verleden dat overeenkomst toont met een huidige waarneming. Hierdoor we ons dingen van vroeger  kunnen herinneren.
Muziek is dus over het algemeen een sterke drager van herinneringen, zowel op korte als op  lange termijn.  Uit onderzoek is gebleken dat Alzheimer patiënten  nog steeds beschikken over hun  muzikaal geheugen en dingen herinneren vanuit hun jeugd wanneer ze nostalgisch muziek horen.  Men is van mening dat de Muziektherapie in staat is dementie te verminderen. Volgens de voorstanders van muziektherapie is muziektherapie niet alleen geschikt voor mensen die aan de ziekte Alzheimer leiden. Wanneer  iemand een bepaalde periode uit zijn of haar leven  goed wil herinneren, kan degene een CD  uit het verleden afspelen. Die persoon zal vervolgens merken dat hij of zij  bij het beluisteren van die CD , sneller toegang zal krijgen tot die herinneringen. 6

Uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) blijkt dat hoogopgeleide mensen later dement worden dan laagopgeleide mensen. Doordat ze meer resevers hebben, kunnen ze hogeropgeleiden geheugenverlies langer uitstellen. Maar eenmaal dement overlijden hogeropgeleiden wel eerder omdat het verlies van hersenfunctie al verder was gevorderd. 7
Wat wij ons hieruit afvragen is dat als je dementie ‘bestrijd’ met reminiscentie, kan je dan ook langer leven? Kan men door het luisteren van bepaalde CD’s een soort van back-up mijlpaal maken zodat je over 10 jaar precies die herinneringen kan opgraven? En dan elk half jaar een spoor van back-up mijlpalen maakt zodat je jezelf kan analyseren over 10 jaar?

Joelle Dijksteel, Management, Economie en Recht (MER)
Sharon Steinfort, Interactieve Media (IAM)
1. Neuropsychology of human emotion door K. Heilman en P. Satz.
2. Van Dijck, J. (2004) Mediated Memories in the Digital Age http://mss.sagepub.com/cgi/reprint/1/1/137.pdf
3. Aasman, S. (2004). Ritueel van huiselijk geluk: een cultuurhistorische verkenning van de familiefilm. Amsterdam: Het Spinhuis
4. Souveniers Sounds De theoretische achtergrond. http://soundsouvenirs.org/sub/a/b_theoretische_achtergrond/theoretische_achtergrond_1.html
5. http://books.google.nl/books?hl=nl&lr=&id=m7xD11RNfWEC&oi=fnd&pg=PA12&dq=reminiscentie+muziek&ots=tdYWiggnSd&sig=qdpapDCyz6b1JD3R8bmv30J14Cg#PPA18,M1
6. http://www.youtube.com/watch?v=Z9TnmIxQmA4
7. http://www.nu.nl/wetenschap/1891789/hogeropgeleiden-minder-kans-op-dementie.html

—————————————————————————————————————————————-

Huid van herinneringen

Blog: Sharon Steinfort, Jan van Dommelen, Joelle Dijksteel, Erika Thung

Karin Bijsterveld begon haar verhaal over de geschiedenis van een aantal geluidsdragers. Ze ging terug naar de jaren 50 toen Philips de bandrecorder introduceerde. Philips had als doel om de bandrecorder op dezelfde manier te gebruiken als fotocamera. Samen met de hele familie rond de bandrecorder om herinneringen op te halen. In de praktijk bleek dit echter niet te werken. Het archiveren bleek lastig te zijn. Mensen hadden moeite om stemmen te herkennen en iedereen moest stil zijn. De bandrecorder werd vooral gebruikt om muziek mee af te spelen. Daar werd later de reclame campagne op afgestemd. Er werd verteld over de term Technostalgisch en audionostalgisch.

De bandrecorder en casetterecorder werden gebruikt om iemand met een nieuwe omgeving vertrouwd te maken. De introductie vn de walkman in de jaren 80 veranderde dit beeld. Muziek werd nu gebruikt als soundtrack van iemands leven. Om de weg van werk naar huis interessanter te maken. Anno 2009 gebeurt dat nog steeds met de Ipod. Sommige mensen gebruiken bewust de ’shuffle’ mode om door herinneringen te ‘hoppen’.

Technostalgisch is het willen gebruiken van bijvoorbeeld oude audioapparatuur om hun onvoorspelbare karakter. In tegenstelling tot de perfecte audioapparatuur van nu, kunnen de aude apparaten onverwacht met nieuwe sounds komen. Audionostalgisch gaat over nostalgische gevoelens tegenover een collectieve herinnering zonder dat de persoon daar zelf bij is geweest. Zo kan een jong iemand verlangen naar de knusheid van de jaren 50.

Pollo Hamburger begon zijn verhaal met een korte anekdote. Voor hem zat een meisje met opgerolde vlechtjes die tegen beide zijkanten van haar hoofd zaten geplakt. Pollo vond dit een fascinerend kapsel en hij verlangde dat ze zich om zou draaien. Dat deed ze en negen maanden later waren ze getrouwd.

Een ander verhaal ging over een bejaarde vrouw die altijd, machteloos vanuit haar comfortstoel, naar het bejaardenhuis personeel aan het schelden was. Tijdens een reminiscentiesessie kwam naar boven dat deze vrouw altijd zeer zelfstandig was geweest. Zo had ze in de jaren 30 twee mannen de deur uit gewerkt en lichte ze de boel in de oorlog op om aan geld te komen en zo voor haar kinderen te zorgen. Daardoor had ze er veel moeite mee om de controle uit handen te geven. Reminiscentie zorgde  voor begrip voor de houding van deze vrouw en nadat ze verhaal had gedaan kwam ze meer tot leven.

Volgens Pollo is het belang van reminiscentie het vormen van identiteit, de balans van het leven opmaken en het verdedigen van het zelfbeeld tegenover de buitenwereld. Ook voor de sociale cohesie in een stadsdeel kan reminiscentie belangrijk zijn. Mensen uit verschillende culturen kunnen door het luisteren naar elkaars verhalen tot meer begrip voor elkaar komen. Ze komen erachter dat er eigenlijk niet zoveel verschillen zijn en dat veel van hun jeugdverhalen overeen komen. Zo bleek uit verhalen van Marrokaanse en Nederlandse ouderen dat ze vroeger allemaal arm zijn geweest en door hun meesters op de vingers werden getikt.

Eric Joris vertelde over zijn experimenten met technologisch theater. Hij experimenteert met  theatergezeldschap CREW onder andere met virtual reality. Door zintuigelijke beleving in de war te schoppen wordt een sterke desorienterende beleving opgezet. Een persoon krijgt een bril op en ziet een omgeving waarin hij zich niet bevind. Iemand loopt door Amsterdam, maar ziet de straten van Barcelona. Iemand zit op zijn knieeen, en ziet wat een hond ziet die door de stad loopt. Iemand loopt door een continu veranderende omgeving, waarin een verwarrend verhaal verteld wordt en waar iemand zichzelf ziet lopen. Hoofden worden omgewisseld, handen verdwijnen, lichamen worden omgedraaid.

Henkjan Honing vertelde over een van de belangrijkste dragers van herinneringen: muziek.  Ieder mens heeft het vermogen om feilloos melodie en tempo te herkennen en na te zingen. Wanneer men een poging doet is de toonhoogte en tempo net zo goed als het origineel. Ook kunnen we een vervormde track onderscheiden van een origineel. Tijdens de seminar werden er vier korte tracks afgespeeld. Met de nadruk op kort, want dit was namelijk een vijfde van een seconde dus nog niet eens de tijdsduur van een noot. De vier fragmenten waren pop, klassiek, jazz en rock. Het publiek werd gevraagd om dit te onderscheiden en de meerderheid had dit goed. Zo is muziek een goede drager van herinneringen.

Twitter live feed